Het verschil tussen rationalisme en empirisme

Rationalisme versus Empirisme

Door Jay Stooksberry

Waar komt kennis vandaan? Is het een natuurlijke begaafdheid voor de mensheid of is het gebouwd proces gebaseerd op ervaring? Deze kip-of-het-ei-vragen staan ​​centraal in epistemologie, of de studie van kennis. Bovendien zijn deze vragen 'ground zero' voor filosofie. Op dit fundamenteel niveau van filosofische discussie staan ​​twee stromingen: empirisme en rationalisme.

Het belangrijkste verschil tussen deze wereldbeelden is de relatie van ervaring met het creëren van kennis. Voor rationalisten is kennis aangeboren en gebeurt a priori of vóór ervaring. Rationalisme heeft de neiging om sceptisch te zijn over onze perceptie van de zintuigen. Wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen, zijn slechts opinies die bevooroordeeld zijn door ervaring - dus kunnen ze niet volledig worden vertrouwd als bronnen van waarheid, omdat we allemaal niet dezelfde ervaringen delen. Bijvoorbeeld, hoe een oorlogsveteraan, die lijdt aan een posttraumatische stressstoornis, reageert op een auto die op willekeurige wijze naar achteren flitst, zal hoogst waarschijnlijk een ander resultaat produceren dan iemand zonder de stoornis.

In plaats van zintuiglijke waarneming vertrouwen rationalisten de rede. Zonder reden zou de wereld een enorme mengelmoes van kleuren en ruis zijn die niet effectief kon worden gecompartimenteerd of volledig begrepen. Rene Descartes, beschouwd als de peetvader van het rationalisme, verklaarde eenvoudig: "Ik denk, daarom ben ik dat. "Eenvoudig gezegd, denken en rationaliseren zijn fundamenteel voor het menselijk bestaan. Deze filosofische waarheid gaat ervan uit dat het bestaan ​​van het zelf volledig kan worden begrepen, eenvoudigweg door zijn zelfverwerkelijking van zichzelf.

Ditzelfde rationalistische axioma kan op de waarheid worden toegepast. Absolute waarheid is een zekerheid in de geest van een rationalist. Als iemand beweert dat 'de waarheid relatief is', dan zouden ze in absolute termen moeten beweren dat ze gelijk hebben. Daarom is het bestaan ​​van absolute waarheid bevestigd, eenvoudigweg door een waarheidsgetrouw axioma op zichzelf te zijn.

Aan de andere kant van deze discussie staat empirisme. Empiristen geloven dat kennis alleen a posteriori of na ervaring kan voorkomen. Mensen beginnen met een 'lege lei' en beginnen die lei met kennis te vullen terwijl ervaringen zich opstapelen. Empiristen vragen, als kennis aangeboren is, waarom worden kinderen niet geboren die alles weten? Totdat een item de wetenschappelijke methode van inductie met succes kan doorstaan, kan niets met zekerheid worden gezegd.

Een geweldig voorbeeld van hoe kennis alleen door observatie kan worden verkregen, is de kat van Schrödinger. Erwin Schrödinger presenteerde een theoretische paradox en een gedachtenexperiment waarbij een kat werd betrokken die opgesloten zat in een stalen doos met een laag radioactief materiaal en een atoomvervalsensor.Het gemene is klaar om te breken en te morsen zodra atoomverval wordt gedetecteerd - en dus de kat wordt gedood. Echter, van de toevallige waarnemer van de doos, waar men de binnenkant niet kan zien, kan de kat zowel tegelijkertijd als levend en dood worden beschouwd; alleen observatie zal onthullen of P. E. T. A. gecontacteerd moet worden.

Het is belangrijk om te onthouden dat deze schijnbaar tegenstrijdige wereldvisies niet volledig lijnrecht tegenover elkaar staan. Er zijn gebeurtenissen waarbij beide benaderingen van epistemologie elkaar aanvullen. Overweeg een jong kind dat voor het eerst op een hete plaat komt. Hoewel het kind mogelijk een beperkt begrip van extreme hitte en de nadelige effecten op het menselijke vlees heeft, staat hij op het punt om een ​​spoedcursus van pijn te krijgen, of hij dat wil of niet. Nadat de tranen zijn opgedroogd, heeft het kind nu een zintuiglijke ervaring die hopelijk zal bepalen hoe hij in de toekomst andere platen zal naderen. Op het eerste gezicht lijkt dit een volledig empirisch moment (waar ervaring de waarneming vormt), maar aangeboren begrip van causaliteit speelde ook in deze vergelijking. Studies hebben aangetoond dat het vermogen om oorzaken en gevolgen te begrijpen is ingebouwd in het DNA van de mens als een evolutionair mechanisme. Zowel natuurlijke eigenschappen (rationalisme) als directe ervaring (empirie) zullen de cognitieve vermogens en fysieke reacties van het kind bepalen die specifiek gerelateerd zijn aan kookplaten in de toekomst. Dit is een zaak voor de natuur en koestering.

Zowel het rationalisme als het empirisme vormen de basis van epistemologische studies, die al sinds het aanbreken van de menselijke beschaving deel uitmaken van filosofische discussies. Begrijpen waar kennis vandaan komt, zal geen gemakkelijk te beantwoorden vraag zijn, omdat vragen meestal meer vragen oproepen. Albert Einstein zei het het beste: "Hoe meer ik leer, hoe meer ik besef hoeveel ik niet weet. “